Hoewel Amazon soms kritiek krijgt voor zijn inzet van door anderen ontwikkelde open source software voor financieel gewin, is het bedrijf dat hier het hardste over zou moeten zeuren Google. Op het AWS-congres vertelde VP Sandy Carter dat 85 procent van TensorFlow-workloads op AWS draait.

Koppel dat aan het feit dat, volgens CNCF-data, 51 procent van Kubernetes-workloads ook op deze infrastructuur draait en het is duidelijk dat hoewel Google momenteel enkele van de belangrijkste open source-code voor de sector uitgeeft, uiteindelijk Amazon degene is die hier het meest van profiteert. Is dat een slechte zaak? Zoals met vrijwel alles is het antwoord: dat ligt eraan.

Google en open source
Google is wellicht ‘s werelds belangrijkste bijdrager aan open source, gezien de projecten die regelmatig het licht zien vanuit het bedrijf. Met TensorFlow ligt de lat een stuk lager om op schaal machine learning te doen. Met Kubernetes is de manier waarop bedrijven applicaties bouwen en uitrollen veranderd. Met Android is de manier waarop we communiceren vergemakkelijkt. Enzovoorts, enzovoorts. Google verdient hieraan, maar andere bedrijven – AWS in het geval van TensorFlow en Kubernetes – verdienen nog meer.
Dit is deels een personeelsissue van Google. De nieuwe CEO Thomas Kurian heeft beloofd dit aan te pakken. Binnen Alphabet wordt hard geworven voor het Google Cloud Platform, zoals werd aangegeven in een recente telefonische vergadering met journalisten en analisten naar aanleiding van kwartaalcijfers. Meer mensen die met meer klanten werken om meer waarde toe te voegen, moet leiden tot meer omzet. Maar dan nog blijft AWS het meeste geld binnen harken van de open source-projecten die Google bouwt.

Hulde aan AWS dus om het outsourcen van zijn R&D aan Google? Misschien niet zozeer, want deze aanpak is niet zo mooi voor Amazon zelf. Althans, niet op de lange termijn. Pivotal-chef James Watters zei het al: AWS-workloads gebruiken steeds meer de eigen propriëtaire API’s en verschuiven naar open source Kubernetes. Hetzelfde gebeurde met Amazon Kinesis, dat plaatsmaakte voor Apache Kafka, waardoor AWS Kafka omarmde en er zijn eigen service omheen bouwde. Stel je nu een wereld voor, net als Watters, waar meer dan 50 procent van AWS-workloads tegen een open source community-API opboksen.
Opeens moet AWS veranderen als het leidend in de cloud wil blijven, of anders loopt het bedrijf het risico dat workloads worden overgezet naar clouds die deze projecten beter benaderen.
In open source is maar één middel echt belangrijk: code. Als je de richting van een project wilt beïnvloeden, moet je code bijdragen. Het is prima voor AWS om mee te liften op bijdrages als TensorFlow of Kubernetes als die de eigen diensten ten goede komen, maar als AWS-klanten meer vanilla Kubernetes verlangen op AWS-schaal, moet Amazon wel iets meer code gaan bijdragen.

Daar is overigens niet iedereen het mee eens. Een medewerker van AWS merkte op dat “veel van onze klanten simpelere abstracties kiezen op die schaal, maar velen kiezen ook voor open source. Dit is geen nulsomspel en AWS investeert in allebei”. Met andere woorden, AWS wedt op twee paarden, hoewel dit niet betekent dat Amazon niet hoeft bij te dragen (wat de medewerker ook niet suggereert).
Zorgwekkender is de stelling van Paul Ramsey dat in plaats van het ervoor zorgen dat AWS minder propriëtair wordt door het gebruik van open source juist het tegenovergestelde gebeurt. Hij tweet: “Mensen gebruiken PostgreSQL en AWS haalt ze binnen met de enigszins propriëtaire PostgreSQL (RDS), verleidt ze dan naar de volledig propriëtaire PostgreSQL (Aurora) en lockt ze met enkele Aurora-only features. Winst! Een open source-API na-apen is het tegenovergestelde van ter goeder trouw handelen.” Heeft op deze manier AWS wel een goede incentive om mee te werken aan de hele open source-wereld, of kijkt het bedrijf liever naar zijn eigen propriëtaire stadje? De tijd zal het leren.