Vaak zijn commandline tools wel krachtig, maar niet erg gebruiksvriendelijk. Deze maand bekijken we enkele eenvoudige tools om het werken op de commandline véél gemakkelijker maken!

Door: Filip Vervloesem.

1. Archiefbestanden

Op internet vind je de meest uiteenlopende formaten voor archiefbestanden: zip, rar, 7z, tar.gz, tar.bz2, enzovoorts. Elk van die formaten open je met een andere tool met eigen opties. Uitpakken doe je bijvoorbeeld met unzip voor zip-bestanden of tar xzf voor tar.gz en de inhoud bekijken met unzip -l of tar tzf. Heb je geen zin om voor elke tool weer andere opties te onthouden? Installeer dan het atool-pakket, een frontend voor de meest uiteenlopende archiefprogramma’s. Vanaf dan gebruik je volgende commando’s om elk type archiefbestand uit te pakken of te bekijken:

$ aunpack file

$ als file

2. Schijfruimte vrijmaken

Dreigt je harde schijf vol te lopen, dan moet je op zoek naar de bestanden en mappen die de meeste ruimte innemen. De klassieke methode is om via een reeks du-commando’s steeds dieper in de mappenstructuur af te dalen. Dat kan sneller: ncdu is een interactieve tool die je in één oogopslag toont welke mappen de meeste ruimte innemen. Je hebt enkel de pijltjestoetsen nodig om je schijf te doorbladeren: naar omhoog/omlaag om een item te selecteren, naar rechts om dat item te openen en naar links om één niveau terug te gaan in de mapstructuur. Let wel op: je kan nooit hoger in de mapstructuur gaan als de map waarin je ncdu gestart had! Met g toont ncdu bij elk item de grootte ook als percentage van het totale bestandssyteem en met d verwijder je meteen ongewenste items. Gebruik q om ncdu af te sluiten.

3. Commandogeschiedenis

In bash is het erg handig dat je door oudere commando’s kan bladeren via pijltje omhoog/omlaag. Je kan fouten in commando’s ook gewoon verbeteren zoals je gewend bent van in text editors. Dat lijkt misschien evident, maar niet alle tools beschikken over die mogelijkheden. Heb je een fout aan het begin van een commando getypt? Dan moet je de hele regel verwijderen en opnieuw invoeren! Ook een vroeger commando herhalen is in zulke tools niet mogelijk. De oplossing? Start de tool met rlwrap ervoor en je krijgt toegang tot de invoermogelijkheden die je van bash gewend. Vergelijk maar eens het gedrag van de pijltjestoetsen bij:

$ telnet

Met:

$ rlwrap telnet

4. Veilig wissen

Met rm worden bestanden niet meteen verwijderd, maar wordt hun schijfruimte gewoon vrijgegeven. Dat is handig als je per ongeluk een bestand verwijdert en het nadien wilt terughalen met een data recovery tool. Maar wat als je zéker wilt zijn dat het bestand onmogelijk is terug te halen? Daarvoor moet je een zogenaamde secure remove uitvoeren. Installeer het pakket secure-delete om het commando srm als veilig alternatief voor rm te gebruiken. srm overschrijft een bestand bijna 40 keer vooraleer het verwijderd wordt. Lees zeker de manpage goed na, zodat je weet hoe je srm correct gebruikt. De opties komen namelijk niét overeen met die van rm!

5. Prullenbak

Verwijder je bestanden in een grafische bestandsbeheerder, dan komen ze eerst in de prullenbak terecht. Wil je die ook op de commandline gebruiken? Installeer dan het pakket trash-cli en gebruik volgende commando’s:

* trash-list om de inhoud van de prullenbak te bekijken

* trash <bestand> om een bestand of map te verwijderen

* restore-trash om een bestand of map te herstellen

* trash-rm <patroon> om bepaalde items uit de prullenbak definitief te verwijderen

* trash-empty om de prullenbak te legen